|
|
login
|
|
| < back | < previous poem next > | |
|
|
|
De mieren
De mieren betrokken een huis
pal onder het onze; ons adres werd niet ’t hunne: een zandhoop onder de vloer De hessenweg van de mieren liep van de keukenkastjes langs de afvoerbuizen, en vice versa omlaag naar hun fabriekshallen De stroom van in glimmend zwart gehulde werklieden draafde in een Aziatisch ritme op en af In hun voetstappen gonsde de zang van de stof, ‘Materie, materie’ – Er is niets anders dan materie Zij vervoerden partikels aardbei maar ook stofdeeltjes en andere lasten naar hun ondergronds magazijn, hun conservenindustrie Zou ik in stukken uiteenvallen bij de gootsteenkast, dan droegen zij zoete porties lip; mieren-honderdmannen torsten mijn niet langer functionerende oogbol Wat zou de lopende band ratelen, daar in de diepte De mieren kennen geen genade Ik zou niet graag neervallen onder de keukenkastjes alleen met de mieren |
The Ants
The ants moved into a house
right below ours; our address did not become theirs: a sand hill under the floor The hessian road of the ants ran from the kitchen cupboards past the drainpipes, and vice versa down to their factory shop floors The stream of workers dressed in shining black trotted to and fro in an Asian rhythm In their footsteps the song of substance droned, ‘Matter, matter’ – There is nothing but matter They transported strawberry particles but dust flecks too and other burdens to their underground warehouse, their tinning factory If I were to fall to pieces by the kitchen sink, then they would lift sweet portions of lip; ant centurions would bear my no longer functioning eyeball How the conveyor belt would rattle, there in the depths The ants show no mercy I wouldn’t like to fall down under the kitchen cupboards alone with the ants |
|
© 2000, H.H. ter Balkt From: In de waterwingebieden: gedichten 1953-1999 Publisher: De Bezige Bij, Amsterdam, 2000 |
© Translation: 2008, Willem Groenewegen |